Catalogus Professorum Academiae Groninganae

Geschiedenis

Namen voor de universiteit

De universiteit zelf heeft sinds 1614 verschillende namen gevoerd:

  • 1614-1811 Hogeschool te Groningen / Universiteit van Stadt en Lande / Academia Provincalis Groningae et Omlandiae
  • 1811-1813 Universitas Imperialis. Université Impériale. Academia Groningana / Keizerlijke Universiteit. Academie van Groningen
  • 1815-1876 Rijkshogeschool Groningen
  • 1876- Rijksuniversiteit Groningen

Faculteiten en studierichtingen

De universiteit begon in 1614 met vier faculteiten: godgeleerdheid, rechtsgeleerdheid, geneeskunde en vrije kunsten (artes). Bij keizerlijk decreet van 22 oktober 1811 werd bepaald dat de hogeschool van Groningen, net als die van Leiden, voort kon bestaan als academie van de keizerlijke universiteit van Holland. In 1815 is er voor wis- en natuurkunde een aparte faculteit opgericht, terwijl vanaf 1945 nieuwe studierichtingen ofwel een eigen faculteit kregen, zoals Economie, of tot 1964 bij zogenaamde Verenigde Faculteiten werden ondergebracht en vervolgens bij faculteiten.

Tussen 1964 en 1987 viel onder de meeste faculteiten een aantal subfaculteiten.

Betty Meyboom-de Jong
Betty Meyboom-de Jong

Hoogleraren en leerstoelen

De benamingen van leerstoelen en de onderwijsopdrachten van hoogleraren veranderen voortdurend. Tegenwoordig zijn er volgens de wet twee soorten hoogleraren, namelijk gewone hoogleraren en bijzonder hoogleraren.

Een gewoon hoogleraar wordt aangesteld door de universiteit. De categorie gewone hoogleraren is weer onder te verdelen in hoogleraren 1, 2 en adjunct-hoogleraren. Dit onderscheid is gebaseerd op de inhoud van de functie. De benoeming tot adjunct-hoogleraar komt voort uit tenure-track beleid, waarbij een onderzoeker een vast dienstverband (tenure) kan verwerven door goed te presteren. De benoeming geldt voor 5 jaar. Na deze periode volgt een beoordeling die kan leiden tot een benoeming tot gewoon hoogleraar 2.

Een bijzonder hoogleraar wordt aangesteld door een rechtspersoon, vaak een stichting of vereniging. Het bijzonder hoogleraarschap wordt toegepast om, op verzoek van een externe instantie, experts op een bepaald vakgebied onderwijs te laten verzorgen. Het betreft vaak een zo specialistisch gebied dat instelling van een structurele leerstoel niet aan de orde is. Voorbeelden van zulke externe instanties zijn: Stichting Groninger Universiteitsfonds (sinds 1893), Stichting Leonardo da Vinci, Jan Kornelis de Cock Stichting (sinds 1937), Vereniging (later Stichting) voor Hoger Landbouwonderwijs (sinds 1906), Petrus Driessen Stichting en de Zwinglibond. Excellent functionerende universitaire (hoofd)docenten van 55 jaar of ouder kunnen gedurende twee termijnen van vijf jaar als bijzonder hoogleraar benoemd worden.

Een hoogleraar honorair is een gewone hoogleraar die honorair wordt aangesteld, de vroegere aanstelling ‘buiten bezwaar’ of ‘nulaanstelling’, meestal voor vijf jaar. Het betreft onder meer hoogleraren die een hoofdbetrekking elders hebben aanvaard, hoogleraren in dienst van het NWO en hoogleraren werkzaam bij het UMCG. De benaming is niet van recente aard: in 1778 werd de hoogleraar Leonard Offerhaus (bijna tachtig jaar oud) en in 1804 zijn opvolger Jacobus de Rhoer (toen al over de tachtig) als professor honorarius benoemd. Destijds ging het om een soort emeritaat.

Via het Endowed Chair programma, waarvoor het College van Bestuur extra financiering beschikbaar stelt, worden sinds 2010 topwetenschappers aangesteld.

Een gasthoogleraar wordt tijdelijk aangesteld, meestal voor het geven van een reeks colleges. Voorbeelden van gasthoogleraarschap: voor de Jantina Tammes Leerstoel, de Zernike Leerstoel en de Röling Leerstoel. Het Groningen Centre for Law and Governance van de Rechtenfaculteit installeerde met ingang van 2010 zes visiting professors, die een aantal maanden per jaar in Groningen verblijven.

Een Akademiehoogleraar is een hoogleraar die door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in staat wordt gesteld om zich gedurende vijf jaar naar eigen inzicht bezig te houden met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, zonder de bestuurlijke verplichtingen die gewoonlijk tot zijn takenpakket behoren. Het gaat om hoogleraren die aansprekende wetenschappelijke prestaties hebben geleverd. De universiteit kan jaarlijks twee hoogleraren tussen de 54 en de 59 jaar voordragen.

Niet meer bestaande soorten aanstellingen

Kerkelijk hoogleraar

Sinds de Hoger Onderwijswet van1876 werd er onderscheid gemaakt tussen theologiebeoefening als ‘zuivere’ godsdienstwetenschap en theologie als kerkelijke opleiding vanuit de kerkelijke geloofstraditie (duplex ordo). De Kerkelijke Opleiding had kerkelijk hoogleraren. Zij werden benoemd door het desbetreffende kerkgenootschap, in Groningen door de Nederlands Hervormde Kerk.

De functie van buitengewoon hoogleraar kwam in Groningen al in het allereerste stadium voor: Johannes Epinus Huninga was vanaf 1614 buitengewoon hoogleraar voordat hij in 1615 gewoon hoogleraar werd. Een buitengewoon hoogleraar had geen zitting in de Senaat, genoot niet de emolumenten en de bevoegdheden van een gewoon hoogleraar en werd maar karig bezoldigd. De functie werd in de periode 1877-1905 tijdelijk afgeschaft en voorgoed in 1985.

In de achttiende eeuw was een lector een erkende leraar bij het hoger onderwijs. Hij werd door de senaat of curatoren van de hogeschool aangesteld en na 1748 door de stadhouder. Hij had het recht openbare voorlezingen te houden. De lessen van een lector werden aangekondigd via de Series lectionem. Een tractement was er niet aan verbonden. Later was een lector een universitair docent met een rang net onder die van hoogleraar en met vrijwel dezelfde bevoegdheden. In 1980 werd deze functie afgeschaft en kregen alle lectoren de mogelijkheid benoemd te worden tot hoogleraar. Met het verdwijnen van de rang van lector kwamen er twee hoogleraarsrangen, A en B, inmiddels vervangen door categorieën 1 en 2.

Volgens art. 36 van de academische wet van de Groningse hogeschool (1615) was ieder gerechtigd tot private colleges, mits er verlof was gevraagd aan de Rector Magnificus. Een privaatdocent werd niet officieel aangesteld. Hij gaf les in de eigen woning, niet in de academische auditoria. Na 1876 konden doctoren als privaatdocenten worden aangesteld bij ministerieel besluit. Hun lessen konden op het jaarlijks te publiceren programma worden bekendgemaakt en aan hen kon het gebruik van onderwijsinrichtingen, verzamelingen en hulpmiddelen worden toegestaan.

Frits Zernike
Frits Zernike

Reglementen met betrekking tot doctoraten

1815 (Organiek Besluit)

  • twee academische graden in elk van de vijf faculteiten: kandidaat (voorbereiding op de graad van doctor) en doctor. Beide vereisen een examen; het doctoraat tevens een promotie. Losse stellingen werden niet meer geaccepteerd behalve in de rechtswetenschappen van 1840-1876 en van 1895-1921. N.B. de promotie volgde vrij snel na het doctoraalexamen; in de tussenliggende tijd werd men aangesproken met “doctorandus”. Doctorandus was geen graad of titel.
  • eredoctoraat
  • licentiaat vervalt (werd in de republiek als deftiger beschouwd dan het doctoraat)

Doctoraat godgeleerdheid

N.B. theologen promoveerden zelden; daarom kregen theologische hoogleraren bij hun benoeming vaak een eredoctoraat.

Doctoraten rechtsgeleerdheid

  • gewoon doctoraat, ofwel ‘doctoratus juris romani et hodierni’, het Romeinse en hedendaagste recht
  • eenvoudig doctoraat, ofwel “doctoratus juris’, ingesteld: in 1815 ‘ten behoeve van vreemdelingen en van hen, welke eenen wetenschappelijken titel verlangen’ en waaraan geen rechten verbonden waren.

Doctoraten geneeskunde

  • gewoon doctoraat

Na het gewone doctoraat:

  • heelkunde
  • verloskunde
  • farmacie

Doctoraat wis- en natuurkundige wetenschappen

  • Mathesos magister, philosophiae naturalis doctor

Doctoraat bespiegelende wijsbegeerte en letteren

  • Philosophia theoreticae magister, literarum humaniorum doctor

Vanaf 1876 (HO-wet): gesplitste doctoraten behalve in de theologie

Doctoraat theologie

Doctoraten rechten

  • rechtswetenschap
  • staatswetenschap
  • Romeins-Hollands recht (=Zuidafrikaans recht) (vanaf 1900)
  • Staatsrecht B (Indisch doctoraat) (vanaf 1916)

Het eenvoudige doctoraat verdwijnt.

Doctoraten geneeskunde

  • geneeskunde
  • heelkunde
  • verloskunde

Doctoraten wis- en natuurkunde

  • artsenijbereidkunst
  • wis- en sterrekunde
  • wis- en natuurkunde
  • scheikunde
  • aard- en delfstofkunde
  • plant- en dierkunde

Doctoraten letteren en wijsbegeerte

  • klassieke letterkunde
  • Semitische letterkunde
  • Nederlandse letterkunde
  • taal- en letterkunde van de Oost-Indische archipel
  • wijsbegeerte

Geschiedenis valt onder Nederlandse letterkunde. Het Angelsaksisch of Middel-hoogduits valt onder het doctoraal Nederlandse letterkunde.

Zielkunde hoorde bij Wijsbegeerte.

Nieuwe hoogleraren moderne talen kregen vaak een eredoctoraat, aangezien een normale promotie in deze vakken in ons land niet mogelijk was. [AG van Hamel, Beckering Vinckers]. Er bestond geen universitaire studierichting in deze sector (wel M.O. opleidingen sinds 1863).

Vanaf 1920 geen gesplitste doctoraten meer, maar één per faculteit

De promotie-eis verviel in 1920/1921 voor alle maatschappelijke betrekkingen. Het doctoraal examen volstond vanaf toen.

In de WWO van 1960 werd vastgelegd wie de titel doctor, meester, ingenieur en doctorandus mocht gebruiken, voor de naam geplaatst en afgekort tot: dr., mr., ir., drs..

Bron

Het wetenschappelijk onderwijs in Nederland van 1815 tot 1980 : een onderwijskundig overzicht / door M. Groen. - Eindhoven : University of Technology, 1983-1987. - 9 dl. ; 29 cm. - (Eindhoven University of Technology research reports / Department of Philosophy and Social Sciences)

Dl. 1: De wetgeving. - 1983

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek(wet van 8 oktober 1992)

Artikel 7.10a. Verlening van graden

1.Het instellingsbestuur verleent de graad Bachelor en de graad Master aan degene die met goed gevolg het afsluitend examen van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs onderscheidenlijk het afsluitend examen van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs heeft afgelegd. Afhankelijk van het vakgebied waarin het met goed gevolg afgelegde afsluitend examen van een bacheloropleiding onderscheidenlijk het met goed gevolg afgelegde examen van een masteropleiding is afgelegd, wordt aan de verleende graad toegevoegd «of Arts» dan wel «of Science».

Artikel 7.19a. Graden Bachelor, Master en Associate degree

  1. Degene aan wie op grond van artikel 7.10a een graad is verleend, is gerechtigd die graad in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, desgewenst aangevuld met de vermelding, bedoeld in artikel 7.10a, vierde lid .
  2. De graad, bedoeld in het eerste lid, en de toevoegingen, bedoeld in artikel 7.10a, eerste lid , worden als volgt aangeduid:
    • a. Bachelor: B,
    • b. Master: M,
    • c. Bachelor met de toevoeging «of Arts»: BA,
    • d. Bachelor met de toevoeging «of Science»: BSc,
    • e. Bachelor met een andere toevoeging als bedoeld in artikel 7.10a, eerste lid, derde volzin ,
    • f. Master met de toevoeging «of Arts»: MA,
    • g. Master met de toevoeging «of Science»: MSc, en
    • h. Master met een andere toevoeging als bedoeld in onderdeel e.

Artikel 7.20. Titels ir., mr., drs., ing. en bc.

  1. Degene die op grond van artikel 7.19a gerechtigd is een graad in het wetenschappelijk onderwijs in de eigen naamsvermelding tot uitdrukking te brengen, is tevens gerechtigd tot het voeren van:
    • a. de titel ingenieur, afgekort tot ir., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving of op het gebied van de techniek,
    • b. de titel meester, afgekort tot mr., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft op het gebied van het recht, of
    • c. de titel doctorandus, afgekort tot drs., indien het een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs betreft waarop de onderdelen a en b niet van toepassing zijn.
  2. De in het eerste en tweede lid genoemde titels worden, afgekort, voor de naam geplaatst.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3b.
  4. De betrokkene maakt een keuze uit het tot uitdrukking brengen in de eigen naamsvermelding van een graad als bedoeld in artikel 7.10a en het voeren van een titel als bedoeld in dit artikel.

Wikipedia

Academische graden en titels

Bachelor: Bachelor of Arts (BA) · Bachelor of Laws (LLB) · Bachelor of Science (BSc)

Master: Master of Arts (MA) · Master of Laws (LLM) · Master of Science (MSc)

Doctor: Doctor (Dr.) · Doctor of Pharmacy (PharmD) · Doctor of Philosophy (PhD) · Doctor of Medicine (MD) · Doctor of Veterinary Medicine (DVM)

Oude graden en titels: Baccalaureus (bc./bacc.) · Doctorandus (drs.) · Graduaat · Ingenieur (ing./ir.) · Kandidaats (cand.) · Licentiaat (lic.)

Pedel Hero Kars (1912)
Pedel Hero Kars (1912)